Over

Met een achtergrond in editorial design doorzoekt Hein Eberson kranten om van dagelijks nieuws tijdloze beelden te maken; met foto’s van mensen, plaatsen en gebeurtenissen die onze beleving en begrip van de grote, ongrijpbare wereld bepalen. Sinds mei 2017.


Hein groet ‘s morgens de dingen

Zes dagen per week verschijnt de krant en zes dagen per week maakt Hein Eberson op basis van die krant een werk.

Van Gutenberg tot Facebook is een min of meer rechte lijn te trekken. Werd eerst alleen het meest bijzondere gedrukt, vandaag de dag wordt zelfs wat we zoal eten gedeeld met de hele wereld. We groeten niet alleen maar dagelijks de dingen, we zijn ook allemaal publicist.

Ergens daartussen woont de krant, met beelden die vooral vandaag belangrijk zijn. Morgen behoren ze tot het verleden en liggen ze onder de parkiet. Maar ze zijn nog steeds belangrijk genoeg gevonden om te drukken. Een krant kan niet meer worden teruggedraaid, is onherroepelijk belangrijk voor één dag.

Dit belang verlengen, daar lijkt het Eberson om te doen. De beelden een echo te verlenen, waarbij je niet meer hoort wat er gezegd werd, maar de toon blijft overeind.

In de onleesbaarheid van hun oorspronkelijke context ontmoeten de beelden elkaar, allen evenzeer verloren en zoekend naar hun nieuwe rol. Vakantiegangers op een georganiseerde reis, die tot elkaar veroordeeld zijn.

Het is kijkend mijmeren, wegscheuren wat weg kan om een ander beeld weer zicht te bieden. Verhoudingen zijn verdwenen, de beelden hebben hun houvast van de opzettelijke gijzeling van betekenis verloren. Weg van hun oorspronkelijke plek. Zoekend kijken is het losgeld.

Je groet alleen wat je herkent. Als beelden iets te zeggen hebben dan doen ze dat met nieuwe buren ook. Losgezongen uit hun eigen wereld zijn ze gedwongen nieuwe pakten overeen te komen. De kaarten geschud, geen beeld bij voorbaat belangrijker dan een ander.

Dag iemand die dood ging, dag Melania Trump. Dag mening van Arnon Grunberg, dag hand van de vader op het hoofd van zijn dode zoon. Dag kaarsen die branden, dag vrolijk orkest, dag mensen die boos zijn, ik weet niet waarom.

Echo’s van het wereldnieuws in nieuwe beelden die langer duren dan een dag. Een klein monument voor de tijdelijkheid, zo zou ik ze misschien omschrijven.

Maar ik hoef ze niet te omschrijven, want ze hangen voor m’n neus. Dag klein monument voor de tijdelijkheid, dag, dag!

Twan Janssen


Cadavre Exquis, Upside Down

…sporen van de werkelijkheid. De collages zeggen: Er waren veldslagen en vijanden, roemruchte daden en adembenemende voorstellingen, misdadigers en hun rechters. Dat was die dag. En nu is er een nieuwe, om het allemaal weer anders, opnieuw, hetzelfde of elders te doen. En morgen (en overmorgen..). Als nieuws zal een krantenfoto zijn aantrekkingskracht niet houden, hij heeft zijn doel gediend. Nadat de beelden hun nieuwswaarde verloren hebben blijven de collages. De individuele nieuwsfeiten zijn tot materiaal verworden.

Samenvattingen van een dag in de wereld, van plaatsen en gebeurtenissen en de mensen die daar een rol in speelden. Memento Mori ook. Een ferm besluit wordt een wet. Een ramp wordt opzij geschoven door een volgende. Verdriet maakt plaats voor berusting. Een magistrale voorstelling raakt in de vergetelheid. En de krant, die verschijnt elke dag. Verbeelding en verslaglegging vechten om voorrang. Er zijn flarden van nieuwsfeiten. Of zelfs dat niet. Die flarden, en de hashtags die ze samenvatten, laten ons ervaren hoe ons brein omgaat met herinneringen. Waarom blijven bepaalde gebeurtenissen ons bij, herinneren we ons een specifieke naam of beeld wel en zoveel andere niet?

In de collage vormen de foto’s het beeld van de dag, waarbij de magistrale kopbal gekozen wordt om het felle groen van de grasmat en de aardbeving om de textuur en de kleur van de modder. Het gaat niet meer om waarheidsgehalte of mediamanipulatie. De keuzes in de totstandkoming van beelden berusten op kleur, stramien, vorm, de aansluiting van lijnen op elkaar. Formelere overwegingen bepalen de constructie van het beeld, en niet betekenis. Als de collages al een nieuwe betekenis aannemen is dat mooi meegenomen; noodzaak is het niet.

“Art is not a means of communication. It is meaningless raw material to be used in open-ended processes of esthetic reflection by a culturally diverse audience whose interpretations are totally arbitrary. There are no serious reasons for making one particular artwork rather than another.” (Eberson en Scha, in Mediamatic 01-1991)

Hein Eberson (1962) liet eerder door opdrachtgevers een kunstwerk beschrijven met het kunstbestelformulier Art on Request. Met U-frame kon het publiek een kunstwerk samenstellen met een database van collage-onderdelen. Samen met Remko Scha werkte hij aan Artificial, een computerprogramma dat een oneindige hoeveelheid random beelden genereerde. Voor elk wat wils; een conceptuele aanpak, die de totstandkoming van kunstwerken centraal stelt in plaats van een presentabel en verhandelbaar object.

Samen vormen de collages dag na dag een oneindig verhaal, zoals Eberson eerder werkte aan oneindige verhalen. De dagelijkse gang naar de brievenbus, het scheuren van het papier, het zoeken naar mogelijke beeldcombinaties in de stapel pagina’s; die handelingen zijn begrensd. Hoewel het werk als betekenisloos ruw materiaal gezien kan worden, de totstandkoming van het werk is dat niet. Concentratie. Trouw. Verveling en dolen. Geluk en ongeluk. Tot de dood?